03 mei 2012

De eerste LETS'er is geboren?!



Dag LETS’ers,
Ik ben NIKA, geboren op 22 februari en de eerste LETS-baby in Gent!
Ja, natuurlijk kregen al vele LETS’ers kindjes, maar volgens het bestuur verdien ik toch als eerste deze titel. En wel hierom:
Mijn ouders Dimi en Katja hebben elkaar leren kennen via LETS. Papa kwam al eerder de fiets van mama maken, maar toen haar computer het liet afweten, kwam hij enkele dagen na elkaar op bezoek. Mama kookte dan lekker eten en van het een kwam het ander…
Nee, nog niet ik zelf, maar ze gingen na een tijdje wel samenwonen en vonden samen een huisje in Oostakker waar ik nu in mijn wiegje lig. Elk weekend woont mijn keitoffe zusje Zohra bij ons en dan zingt ze leuke liedjes! Mama mag wel niet te ver weg gaan, want als ik honger heb, moet ze snel bij mij zijn. Ik woog dan wel 4,5kg bij mijn geboorte, maar ik moet nog veel groeien, hoor!
En dan is het trouwens nog niet gedaan met mijn LETS-leventje: mijn peter is Tom (van Elto) die mama ook leerde kennen via LETS. En de wasbare luiers die ik draag zijn ook ge-LETS’t!
Als ik groot ben ga ik nog veel meer LETS’en!
Tot dan!
Nika

In ’t rood gaan/staan…


Om de zoveel tijd verschijnen er oproepen op de mailinglijst in de aard van: “Help! Ik sta in ’t rood! Wie kan mij helpen om stropkes te verdienen?” of “Help! Ik sta onder nul! Hoe moet ik boven nul geraken?” Onlangs kreeg ik een mail met de suggestie de limieten af te schaffen, want… “het gaat toch niet om die stropkes en die limieten beletten mensen met weinig stropkes te LETS'en!” Blijkt zelfs dat leden die te weinig stropkes hebben om een dienst te vergoeden dan maar overstappen op euro’s, of, in het beste geval, de “betaling” uitstellen tot ze voldoende stropkes hebben. Om het maar niet te hebben over leden die wetens en willens diensten vragen, terwijl ze goed weten dat ze niet genoeg stropkes hebben om de dienst in kwestie te vergoeden.
Wat er gebeurt in LETS is heel erg verschillend met wat er gebeurt in de euro-wereld waarin we zijn opgegroeid. Als we klein zijn gaan we onze ouders mee naar de winkel en zien we hen van alles uit de rekken nemen, daarmee naar de kassa gaan, wat papiertjes aan dekassamevrouw/-meneer geven of een kaart in een machientje stoppen en dan kunnen ze ongestoord met al dat lekkers en moois naar huis. Het duurt een paar jaar alvorens we de link leggen met de dagelijkse afwezigheid van mama en/of papa: tijdens die afwezigheid beseffen we dan, werken ze en daardoor verdienen ze de papiertjes waarmee ze spullen kunnen kopen.
Zo werkt het niet in LETS! Je gaat niet “ergens” stropkes verdienen om ze dan “ergens” uit te geven. In LETS maak je deel uit van een groep en de leden van die groep bewijzen elkaar allerhande diensten, ver-LETS'en allerhande goederen aan elkaar. Je doet “van alles” voor anderen en die zelfde anderen doen “van alles” voor jou. Het evenwicht is belangrijk en dit evenwicht in de gaten houden is ieders verantwoordelijkheid. Weet je nog, met een “jojo” spelen? Jojoën is wat we doen in LETS! De ene keer boven nul, de andere keer eronder, dit doet er niet zoveel toe, als we maar bezig blijven.


’t Is blijkbaar niet altijd vanzelfsprekend om erop toe te zien dat je ook op jouw beurt anderen diensten bewijst, zodat je op anderen beroep kan doen. LETS'en is een constante evenwichtsoefening en LETS'en is niet vanzelfsprekend, het is een andere manier van denken en leven. Een mooie omschrijving vond ik altijd: een laboratorium voor het uitproberen van een andere manier van omgaan met elkaar.

job0 - Johan Boelaert
voorzitter

Nieuwe LETS’ers... hoe vergaat het hen?


Om de drie à vier maanden ga ik, ombuds Hilde, een avondje achter m’n laptop zitten, om na te kijken of de nieuwe LETS’ers die intussen al vier tot zes maanden lid zijn al dan niet aan transacties toekwamen. Diegenen die na 4 tot 6 maanden lidmaatschap slechts 5 of minder uitwisselingen hebben, pik ik er uit.
Bedoeling hiervan is niet mensen achter hun veren te zitten, maar wel om via een gesprek per telefoon te luisteren naar hun ervaringen, het te vragen of zij moeite hebben met bepaalde drempels, en te polsen of wij iets kunnen doen om aan hun “lage” LETS-activiteit iets te doen.
Deze telefonische contacten verliepen tot nu toe steeds aangenaam, nieuwe LETS’ers blijken telkens blij verrast met dit telefoontje!
Redenen tot het weinige LETS’en schrijven ze grotendeels aan zichzelf toe. Velen verwijzen naar een druk leven, komen, ondanks goede voornemens, niet aan het LETS’en toe, worden soms overspoeld door de vele mails. Maar ze zien verandering naar de toekomst toe of plannen in elk geval iets te willen ondernemen. Een aantal mensen zeggen ook dat het voor hen “niet zo dringend is”, dat ze het een heel fijn initiatief vinden, en dat het op termijn wel een plaats zal krijgen in hun leven. Hier en daar wordt een “drempel” vermeld: niet goed thuis zijn op de website omdat ze hem weinig gebruiken, overdonderd worden door de vele mails, nog geen mensen kennen en dus wat aarzelen om initiatief te nemen, niet zo’n nood hebben aan goederen-aanbod en daardoor ook de mails niet steeds goedvolgen... Zelden wordt extra hulp of ondersteuning gevraagd, of worden de organisatie en/of de informatie als ontoereikend ervaren. Slechts één koppel LETS’ers besloot hun lidmaatschap te beëindigen omdat ze andere verwachtingen hadden.
Enkele cijfertjes op 15/4/2012
Gedurende september, oktober en november 2011 kwamen 28 nieuwe leden LETS vervoegen. 20 leden zijn intussen behoorlijk tot heel intens aan het LETS’en gegaan. Bij acht leden blijft dit op een heel laag pitje staan.
Tijdens de maanden december 2011 en januari 2012 kenden we topmaanden en konden we 48 nieuwe leden verwelkomen. 33 leden LETS’en behoorlijk tot heel actief, 15 van deze nieuwe LETS’ers lijken hun weg nog wat te zoeken.
De komende week zullen deze iets minder actieve LETS’ers wellicht een telefoontje van me krijgen… Een bloemlezing van hun reacties volgt
Tot hoors!
Hilde

P.S. de dame op de foto is niet ombuds Hilde, zij heeft slechts 1 telefoontoestel!
De redactie.

02 mei 2012

TRANSITIE - THINK GLOBAL ACT LOCAL





Epo...

Binnen LETS-Gent valt er heel wat maatschappelijk engagement te bespeuren, mensen die bewuster willen leven en de huidige maatschappij wat in vraag stellen. Velen leveren dan ook een bijdrage aan maatschappelijk relevante initiatieven. Zo iemand is Epo, LETS’er en tevens “transito”. In 2008 werd hij lid van LETS-Gent en hij kwam via LETS in contact met het Transitie Initiatief Gent (TIG).
Om me wat voor te bereiden op het gesprek met Epo heb ik de websites van Transitie Vlaanderen en Transitie Gent bestudeerd. Ik vond er enerzijds degelijke informatie maar anderzijds vielen mij bepaalde tekortkomingen, onduidelijkheden en hiaten op, waar ik verder op inga.
Epo is actief bij TIG en gaf o.a. al een presentatie, helpt mee met de TransitieTuinTafel en neemt deel aan de transitiecafés. Hij ziet de toekomst bij TIG positief en gaat ervan uit dat als de tijd er rijp voor is de nodige veranderingen wel zullen gebeuren. Epo voegt hier verder aan toe dat wanneer transitie zijn doel bereikt heeft, ze zelf overbodig wordt.
Epo ziet LETS als onderdeel van de transitie-idee omdat men werkt aan een duurzame samenleving. Dit kan men op verschillende manieren bereiken. LETS levert hier haar bijdrage door de sociale cohesie, het versterken van de veerkracht, het stimuleren van de lokale economie, het gebruik van een lokale (complementaire) munteenheid.

WAT IS TRANSITIE?

Epo  vindt het zeer moeilijk, zo niet onmogelijk, om een volledig overzicht te bieden van deze organische structuur. De transitiebeweging ontstond in 2005 in Totnes (GB) en heeft zich ondertussen over diverse landen en continenten verspreid. In Totnes creëerde men toen ook de Totnes Pound, ene Rob Hopkins is de grote inspirator.
Deze beweging wil een antwoord bieden op twee problemen,  “piekolie”, het nakende tekort aan olie enerzijds en de klimaatverandering anderzijds. Ze willen dit bereiken door een transformatie naar duurzaamheid op alle gebieden van de samenleving. Belangrijk hierbij is het herstel van de veerkracht van lokale gemeenschappen, hoofdzakelijk door het wonen, werken en leven minder afhankelijk en meer zelfvoorzienend te maken. Transitiesteden zijn een door en door lokaal model waarbij de inwoners zelf  samen werk willen maken van een veerkrachtigere en aantrekkelijkere toekomst. Het is een “wij-verhaal” waarbij men vertrekt vanuit de basis, een bottom-up benadering.
Een transitiestad is een verzamelnaam voor acties van mensen en verenigingen die de overstap naar een duurzame samenleving mogelijk moeten maken. Men vormt groepen, vanuit een lokale gemeenschap, rond alle belangrijke aspecten van het leven (voeding, energie, mobiliteit, gezondheid, innerlijk welzijn, economie,…). Enerzijds is dit  een heel organisch en flexibel model want het vertrekt vanuit de ideeën van de inwoners van de lokale gemeenschap om de lokale veerkracht te versterken. Anderzijds is het ook wel een overdachte methode met een min of meer uitgestippeld traject. Men kan immers voorbeelden, informatie en richtlijnen vinden in onder andere “Het Transitie Handboek” van Rob Hopkins.